Telkens moet ik weer wat vrijheid inleveren

Oude bekende

‘Het is mij tegengevallen,’ vat hij zijn OK-ervaring van deze keer samen. ‘Ik heb behoorlijk veel pijn gehad. Het is te houden met de morfine die ik krijg, maar toch, na die heupoperaties had ik niet zo’n pijn.’ Mijnheer Delisse is een oude bekende van de Sint Maartenskliniek. De eerste kennismaking dateert al van 1984. Ondanks dat zijn meniscus verwijdert was in een ziekenhuis in Helmond, bleef hij pijnklachten houden. Na een bloedonderzoek in de Sint Maartenskliniek werd duidelijk wat er aan de hand was: hij had reumatoïde artritis, een chronische ziekte waarbij het immuunsysteem weefsel en gewrichten aantast. Soms met zulke schade tot gevolg, dat gewrichten vervangen moet worden. Gelukkig voor hem bleef die eerste keer beperkt tot het operatief schoonmaken van de knie.

Confrontatie

Daarna ging het redelijk goed. ‘Maar,’ herinnert Delisse zich, ‘langzaam sloop de ziekte er weer in. Ik kreeg meer last van mijn heupen, en ik kreeg ook pijn in mijn bovenbeen en lies.’ In 1998 volgde de eerste grote operatie, toen werd zijn rechterheup vervangen door een kunstheup. Weer thuis kwam de eerste echte confrontatie met de ziekte: ‘Ik had melkvee en een varkenshouderij. Maar het melken kon ik niet meer. Ik heb ze moeten afstoten, eerst de koeien en later de varkens. En ik dacht zelf nog na de operatie: ‘Ik kan er weer tien jaar tegen.’ Dat was emotioneel zwaar. De eerste dag loop je automatisch naar de stal, maar daar staat dan niets meer, alleen maar lege hokken.’ Nog steeds heeft hij er zichtbaar moeite mee, met die beslissing van destijds.

Draaideurklant

Bleef het maar bij die ene heup. Maar in 2004 was zijn linkerheup aan de beurt. Nu dus zijn linkerknie. Dat is het gevolg van een chronische ziekte als reuma, je wordt een draaideurklant: ‘Als je hier eenmaal geweest bent voor reuma, blijf je terugkomen. Ikzelf denk niet dat ik voorlopig klaar ben, ik kom vast terug voor vervanging van mijn andere knie, mijn polsen, mijn enkels en schouder.’ Geen leuk vooruitzicht, maar Delisse blijft er nuchter onder: ‘Ik zei voor deze operatie tegen de reumatoloog: ik moet wel tractor kunnen blijven rijden. Want het land wat ik nog heb, wil ik wel zelf blijven doen. En ik hoop dat de knie straks zo goed is, dat ik weer kan biljarten.

Verblijf

Over het verblijf op de Sint Maartenskliniek heeft hij niets te klagen: ‘Het is hier beter dan thuis, maar schrijf dat maar niet op,’ zegt hij lachend. Dan, serieuzer: ‘De verzorging, het eten en drinken is perfect. Je kunt kiezen wat je wilt eten en het is goed klaargemaakt. En de verpleging is lief en attent, het kan niet beter.’ Of hij de dagen niet lang vindt duren, zo vlak na de operatie?

Daar heeft hij geen last van: ‘Ik doe inderdaad niet zo veel. Rond een uur of zeven ’s ochtends krijg ik mijn medicijnen, dan de broodmaaltijd. Daarna ga ik douchen, ik lees eens wat en af en toe krijg ik therapie. De dag wordt verder onderbroken doordat je wat te drinken krijgt, of een ijspakking voor de knie. Maar ik lig vooral op bed te rusten. Ik verveel mij niet, maar als ik zou willen, dan kan ik altijd nog naar de activiteitenbegeleiding gaan.’

Onbegrip

Nog een paar dagen, dan wordt hij ontslagen. Helaas, meteen naar huis zit er nog niet in. Daarvoor heeft Chris Delisse nog te veel zorg nodig, die thuis niet voorhanden is: ‘Ik vertrek naar een topkamer in een verzorgingstehuis, om daar aan te sterken. Ik was liever een week langer hier gebleven en dan naar huis. Maar ik snap het wel, het is hier veel duurder.’ In zijn omgeving ontbreekt het wel eens aan begrip voor de ziekte, en voor wat de ziekte met je doet. Iets wat je vaker hoort van reumapatiënten: ‘Het duurt wel even voordat je daarmee leert om te gaan. Kijk, je ziet niet dat er iets mankeert. Als je een gebroken arm hebt, dan draag je gips. Maar met reuma kun je de ene dag heel goed zijn en de andere dag verrekken van de pijn. Je omgeving, die ziet dat niet en begrijpt dat niet.’ Een ander punt van zorg is de mobiliteit, want reuma beperkt je bewegingsvrijheid: ‘Ik heb altijd nog auto gereden en ik denk dat ik dat dadelijk nog wel kan. Maar inderdaad, je moet steeds meer inleveren. Ik loop steeds minder goed en fietsen gaat ook niet meer, daardoor raak ik dus wel iets meer geïsoleerd.’

In 2005 voerde de Sint Maartenskliniek bij reumapatiënten 105 gewrichtsvervangende operaties uit. Daarbij ging het om:

8 elleboogprotheses
19 vingerprotheses
26 knieprotheses
14 schouderprotheses
5 polsprotheses
8 heupprotheses
5 enkelprotheses